de Jeugd van Joop

Mijn jeugd

Als jeugd kan ik me alleen de tijd in Echten herinneren, de Avereest zit niet in mijn geheugen. We woonden in de Bos was altijd het antwoord


Als kinderen gingen we naar de lagere school in Echten, altijd op de fiets vanaf de staatsbos. Met goed weer was dat geen enkel probleem maar in de winter was dat wat lastiger. Berend, Geert en koert gingen al naar Hoogeveen naar school. Bertus, Jan en ik fietsten veelal samen. De laatste jaren had ik een bijbaantje, monsternemer bij de boeren. Hierbij moest tijdens het melken van de koeien van elke koe de hoeveelheid melk wegen en een klein beetje melk in een flesje doen. Dat deed je door met een soort kommetje aan een stalen stangetje een beetje melk in een flesje te doen. Op dat flesje schreef je dan van welke koe dat monster was. *In het boekje stond de hoeveelheid liters die de koe had gegeven en zo kon men op de fabriek het vetgehalte bepalen, en daar werd de boer voor een deel op uitbetaald, uiteraard werd ook de hoeveelheid meegenomen. In de winter niet gemakkelijk want ik moest veelal in Echten zijn, dat was in de winter toch een eind door de sneeuw s'morgens om 6.00 uur.

De melk werd gewogen aan een Hunster

In 1961 ging ik na de lagere school naar de LTS gegaan in Hoogeveen. Daar kregen we het eertse jaar alle vakken, schilderen, metaal, bakker en houtbewerking, uiteindelijk richting metaal bewerking gekozen. Ik ging in de laatste 2 jaar regelmatig naar Geert, die kocht toen het bedrijf van Koopman te Geesbrug, Mennink Mechanisatie. Ik weet noch dat we een pad moesten maken naar achteren in de smederij, tussen de rommel door. Ook stond achterin het smidsvuur waar veelal s'morgens vroeg de ploegijzers werden gesmeed, dit om te voorkomen dat je in de hitte van de dag bij het vuur moest staan.  Zaterdags ging ik vaak met rekeningen de boer op om geld te innen. Er was ook een kleine winkel vooraan de woning, daar werden b.v. glaasjes voor de kacheldeur verkocht en ook mika de goedkopere versie van glas. Zaterdags aan het eind van de dag was de hele familie volledig uitgeput en lag Hillie vaak op de grond te slapen. Eens mocht ik een keer spijbelen van mijn vader om Geert te helpen. Hij moest toen een nieuwbouw maken als staal contructie van een bedrijf op Hollandsche veld. Ik moest toen steeds een stuk staal vasthouden waarna Geert het vast lastte. Natuurlijk lag ik s'nachts in bed met gigantische lasogen.

Toch met veel plezier daar altijd geweest. Ik kreeg een keer als beloning voor een tijd werken een foto toestel, een "Kodak click 2" een heel cadeau.

Later hebben we ook nog met z'n allen reclame rond gebracht, elke "vrije" woensdag middag met een fietstas vol folders naar Ruinen en huis aan huis bezorgen, een klote baan. Als ik nu nog een auto zie rijden van " vierhand reclame diensten" moet ik er nog aan denken, vlgs mij kwam het bedrijf uit Haarlem. Op een dag kwam er een vrachtauto met een lading " Sunil" zeeppoeder, de wasmachine was aan het opkomen en wij moesten alle huishoudens een gratis pakje sunil brengen. Dat was natuurlijk een helse klus, alleen mijn moeder heeft een jaar lang geen zeep hoeven kopen, zoveel hadden we "over".


In het najaar gingen we in die tijd zonnedauw plukken een plantje wat aan de vochtige slootkant groeide. Deze werden gedroogd en verkocht, ik weet dat het voor een geneesmiddel was tegen taaislijm en voorkomen van andere problemen met luchtwegen.

Joop op de ambachtsschool aan de kerkstraat in Hoogeveen

Joop op de dragline, de Smith 26 op een werk nabij Meppel, ik was met Jan Klinge de jongste machinist bij Duursma.


Joop op de dragline bij Meppel

Na de LTS in Hoogeveen ben ik naar de machinisten school SOMA gegaan in Ede, de opleiding voor machinist in de wegenbouw. Ik was met Jan Klinge van Zuidwolde de enigste die naar die school ging, de meeste jongens gingen naar de Drenthina in Hoogeveen, de blik fabriek, daar kon je nog een verder opleiding volgen als metaal bewerker, echter ik had dat vijlen wel gezien. Na de toelating op de SOMA moest ik als " smeerjongen " te werk gesteld worden, dat was leren hoe je een dragline moest onderhouden voor je op school kwam. Ik kwam bij Duursema uit Gieten (Julianalaan1) terecht. Duursema had Draglines en ook zandzuigers, was toegerust voor de aanleg van grondwerk en geen asfalt.



Op dat moment waren ze de weg aan het aanleggen door de Oosterboer, vanaf de de huidige rotonde Ruinerwold naar het ziekenhuis bij Meppel. Ik was smeerjongen bij Karel Bos, een man van rond de 50 jaar die eigenlijk z'n hele leven op de dragline had gezeten en uiteindelijk ook al vroeg overleed, waarschijnlijk toen allemaal aan asbest vergiftiging want de voering in die machines waren allemaal van asbest en elke 4 weken moesten er wel een aantal vervangen, die waren allemaal als stof opgegaan in de ruimte waar je als machinist ook in zat. De machine was een NCK 304.

Joop op buldozer (caterpillar D 1) oftewel het hobbelpaard, bijna onmogelijk om vlak te schuiven door de veel te korte rupsen. Foto is op de SOMA in Ede gemaakt.



Kaptein Mobilet, m'n eerste bromfiets


Ik ging elke dag op m'n kaptein mobilet naar m'n werk. Vanaf de Ruinerweg door het bos via ruinerwold naar de Oosterboer. Altijd moest je er s'morgens voor de machinist zijn om de machine na olie controle te starten zodat hij warm was als Karel kwam. In de winter een koude bedoening.




Deze bromfiets had een vrijloop, dat betekende dat hij onder de 8 km per uur niets deed, dan liep de motor stationair. Je fietste dan tot  8 km per uur en dan pakte de vrijloop-koppeling het op.

Half in het jaar was het werk klaar en had Duursema een werk aangenomen in Hoek van Holland.

Zo werden de mensen verhuist

Het aanleggen van vloeivelden waarin het slip van het uitbaggeren van de nieuwe waterweg kon worden gestort. Dat betekende dat er hectares land werden ontgraven tot een paar meter diep. Vanuit het midden moest alle grond naar buiten worden gewerkt, een gigantische klus.



Ik weet nog dat Karel Bos (de machinist) s'morgens te horen kreeg dat hij met de salonwagen dezelfde dag nog moest verhuizen van Ruinerwold naar Hoek van Holland. Kan niet zei Karel want de kolenkachel brand nog en die zit vol met " nootjes 4" een fijne kolen soort. Als je zo'n wagen gaat verrijden met een brandende kachel komt er natuurlijk een flinke trek op de schoorsteen. Niets mee te maken was de boodschap, we gaan gewoon. Schuurtje afgebroken en op de voorwagen van Kisjes uit Apeldoorn geladen, salonwagen er achter en rijden. Ik moest natuurlijk mee want ik hoorde bij Karel. Karel met z'n vrouw in een opel olympia er achteraan. Om de haverklap stoppen om te kijken hoe het me de kachel ging, je raadt het al, gigantisch branden natuurlijk en gloeiend heet in de wagen. Na een lange rit kwamen we in Naaldwjk aan, op een dijk met allemaal kassen links en rechts. Nam de chauffeur toch de verkeerde afrit, s'avonds in het pikkedonker. Uiteindelijk met een tractor de salonwagen weer naar boven geduwd en toen weer verder, en de kachel maar branden. Uiteindelijk op de plaats van bestemming en met z'n allen de wagen in en wat denk je? "de kachel uit" want de kolen waren op en steenkoud in de wagen. Ik heb toen als 16 jarige Berenburg leren drinken.


De week erna moest ik weer naar Naaldwijk, dus met de trein naar Hoek van Holland. Vader Mennink heeft me die maandag naar de trein gebracht in Meppel. Nog nooit met de trein geweest en dus maar afwachten welke kant de trein op zou rijden !!!.


Ik was daar weer smeerjongen bij Karel Bos maar 2 machinisten van grotere machines vonden dat ik hun machines er wel bij kon doen. Die waren wel makkelijker te onderhouden, waren moderner.


Het waren wel prachtige, moderne en grote machines, merk Nordest, model P80 de grootste die ze hadden, een mast van 21 meter lengte en een bak van 1.200 ltr, dat was dubbel zo groot als de NCK van Karel Bos. Ook was de machine lucht bediend, veel lichter te bedienen dan de mechanische machine van Karel, maar wel erg moeilijk omdat hij veel sneller reageeerde. Ik mocht van Flip ook veel meer dan van Karel, van Flip mocht de machine ook verrijden, de eerste stappen naar machinist worden. Na een paar maanden kon ik zelf al aardig draaien op de machine van Flip, dat zag natuurlijk ook de uivoerder Luc Kamps, die me later aan een baan heeft geholpen bij de Moel in Alkmaar. Nadat Flip slaande ruzie kreeg met de uitvoerder kreeg hij op staande voet ontslag.De volgende morgen kwam Luc Kamps bij me en vroeg of ik met de machine van Flip wilde draaien voor een paar weken, men zou op zoek gaan naar een ander machinist, ik was toen 17 jaar. Er was behoorlijk wat wrijving bij de andere machinisten want ik draaide op de grootste en nieuwste machine. Wel een machine waar je vanaf een standaard machine niet zomaar op kon stappen wegens de bijzondere bediening. Het was natuurlijk mijn droom, een nieuwe machinist is dat jaar niet meer gekomen. Ook wilde ik bij het begin van het schooljaar niet meer naar school want ik vond dat ik al machinist was. Luc Kamps heeft daar een stokje voor gestoken, ik moest wel naar de SOMA in Ede, een opleiding van een jaar, wel intern. In mijn schooljaar kwam de eerste hydraulische graafmachine binnen, een OK RH6, we vonden het allemaal maar niets, het was een dood ding, de bediening was absoluut niet spectaculair, nu zie je eigenlijk geen draglines meer.


Na de school stonden de aannemers in de rij om je binnen te halen, er was een gebrek aan machine personeel. Daar ik al de nodige ervaring had in mijn leerlingen tijd kon ik natuurlijk zo aan de gang. Na wat omzwervingen bij Westra op Noordseschut, bij een klein bedrijfje die de ruil verkaveling had aangenomen in Ansen ben ik door Luc Kamps bij de Moel terecht gekomen, men had toen een werk in Nederweert. Ik werd meteen op een goede machine gezet, een Ruston bucerus 22 RB.


Na werken in Meppel, de weg vanaf de rotonde naar Meppel, alle viaducten bij de aansluiting op de A32. Dit alles op een dragline waarbij we ook de taluds moesten afwerken, een ingewikkelde klus maar het ging mij goed af al zeg ik het zelf.


Voor een werk in de Punt, was ik "in de kost" bij Dirk Rowaan, een echte stamkroeg in Eelde. Later nog werken gemaakt in Odoorn, Emmen en Workum, uiteindelijk kwamen we in Rolde terecht in 1969.

Toen ging ik trouwen met Ge en gingen we in Rolde wonen. Voor verdere uitleg over wonen en werken kunt de pagina die onder  woonplaatsen staan bekijken.